Medio 2005 zijn er twee voorlichtingsbijeenkomsten geweest: één voor directie en IB’ers, één voor opleiders en begeleiders.
10 februari 2006 (al snel volgeboekt) en 10 maart 2006 (een tweede
mogelijkheid) zijn er voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd voor de
montessorischolen. Deze zijn door 200 mensen van 80 scholen (basis
onderwijs, voortgezet onderwijs en opleidingen) bezocht. Vooraf kregen
de deelnemers informatie op papier, CD en DVD ter voorbereiding
toegezonden.
foto: voorlichtingsdag 10 februari 2006 in Hogeschool Utrecht.
In
2005 heeft de projectgroep “Vernieuwd
montessori-rekenwiskundeonderwijs” de vernieuwde didactiek,
waarover in eerdere mm’s al geschreven is, gepresenteerd aan
een
selecte groep, bestaande uit directies, IBers, opleiders en begeleiders
van montessori basisonderwijsscholen. Op 10 februari en 10 maart jl. is
deze didactiek gepresenteerd aan het gehele montessorionderwijsveld.
Het doel van de presentaties was tweeledig:
1. De projectgroep wilde de betrokkenen in het veld informeren.
2. De projectgroep wilde nagaan of de betrokkenen deze ontwikkelingen
waardevol achten voor het montessorionderwijs.
Vooral het tweede punt is een belangrijk doel geweest van de presentatiedagen. Het concept dat gepresenteerd werd is meer dan alleen een nieuwe werkwijze voor rekenwiskundeonderwijs in de montessorischool. Het is een vernieuwde didactiek, die mogelijk kan opgaan voor het gehele montessorionderwijs, en die nogal veel impact heeft voor het leraargedrag. Deze didactiek zou wel eens een kentering kunnen betekenen in het montessorionderwijs zoals we dat nu kennen.
Aan het eind van de presentatiedagen van dit voorjaar zijn een aantal stellingen met betrekking tot het concept en de presentatie daarvan voorgelegd aan de deelnemers. Men mocht met een groen of een rood kaartje aangeven of ze het wel of niet eens waren met een stelling. De eerste twee stellingen waren:
‘De kosmische filosofie/theorie spreekt mij aan.’, en
‘De daarbij horende werkwijze/didactiek (lusmodel) spreekt mij aan.’
De reactie van de betrokkenen op deze stellingen was positief; op één of twee aanwezigen na stak iedereen een groen kaartje omhoog.
Hierna werd de aanwezigen gevraagd of het montessorionderwijs hiermee de kans krijgt zich duidelijk te onderscheiden van andere onderwijsvormen. Ook op deze stelling werd overwegend met groene kaartjes gereageerd. Op de stelling of de dag de betrokkenen positief geïnspireerd heeft werd wisselend gereageerd. Ongeveer een derde deel van de aanwezigen was inderdaad geïnspireerd geraakt. Sommige aanwezigen staken zowel een rood als een groen kaartje in de lucht. En een ander deel was niet geïnspireerd geraakt door de presentaties.
De een na laatste stelling was: ‘De schriftelijke en mondelinge informatie geeft voldoende zicht op de in gang gezette ontwikkeling.’
Uit de reacties uit de zaal bleek dat een heel aantal scholen de ontwikkelingen al op een andere wijze hadden gevolgd, en dat er scholen waren die al op deze manier aan het werk zijn. Voor hen bood de dag niets nieuws. Daarnaast was er een groep mensen die met een andere verwachting naar de presentatiedag was gekomen. Deze mensen hadden verwacht dat er concreet rekenmateriaal te zien zou zijn.
De laatste stelling was voor de projectgroep op dit moment de belangrijkste:’ Deze ontwikkeling moet worden voortgezet.’
Hierop werd unaniem met groene kaartjes gereageerd! De projectgroep kreeg dus het fiat om door te gaan.
Nadat alle stellingen gepresenteerd waren en de reacties geïnventariseerd, kon men vragen stellen en opmerkingen maken over de plannen en de presentatie. Een belangrijk punt wat daarbij naar voren kwam was dat het (te) lang duurt voordat de projectgroep met concrete materialen komt. De projectgroep heeft in de voorlichting echter de nadruk gelegd op de didactiek en op het projectplan. Nu duidelijk is dat de projectgroep kan beginnen aan de uitwerking van de didactiek reken/wiskunde als onderwerp, worden de katernen die nog resteren geschreven en worden er stappen ondernomen om in januari 2007 met de projectscholen aan de slag te kunnen gaan.
Er hebben zich 18 scholen gemeld die willen participeren in het project Een andere opmerking tijdens de nabespreking van de dag was dat men vanaf nu graag mogelijkheden zou willen creëren om informatie en materiaal aan elkaar uit te wisselen. Ook dit punt neemt de projectgroep serieus. In ieder geval zullen de scholen vanaf nu op de hoogte gehouden worden door middel van nieuwsbrieven, die regelmatig zullen verschijnen. Daarnaast zal er een mogelijkheid gecreëerd worden om elkaar via Internet op de hoogte te houden en om materiaal en informatie uit te wisselen. De projectgroepleden kunnen terugkijken op drie waardevolle dagen. Het doel is ruim behaald, en men is alweer druk in de weer met de volgende stappen.
Bovenstaande tekst is ook verschenen in Montessori Mededelingen.
Auteur Joyce Kruys is lid van de projectgroep Vernieuwd montessori-rekenwiskundeonderwijs, medewerker CED-groep Rotterdam, en leerkracht van een middenbouwgroep van Montessorischool Tuinstad Schiebroek.
De dia's van de presentatie welke op de beide voorlichtingsdagen èn op de studiedag van 5 maart 2007 in Den Haag zijn getoond, kunt u hier downloaden.
NB ©
2007 Projectgroep rekenen-wiskunde
Overname van de ideeën t.b.v. de
eigen onderwijspraktijk wordt van harte aanbevolen mits met
bronvermelding
.





